Bestaat RSI nog wel?

De WAO-ramp voor de toekomst, werd de muisarm genoemd. Somberheid troef: tienduizenden zouden er in het arbeidsproces op sneuvelen. Maar de muisarm is naar de achtergrond verdwenen.

Alsof de hele kwaal in rook is opgegaan. „Ik hoor al twee jaar niemand meer over repetitive strain injuries (rsi) die je kunt krijgen door intensief beeldschermwerk”, zegt Wilmar Vierhuizen, fysiotherapeut te Nijkerk. „De doorverwijzingbriefjes van de huisarts blijven uit, in algemene zin zie ik nu minder mensen met pijnklachten in arm, schouder en elleboog. Misschien komt het wel omdat er bedrijven er eerder bij zijn met speciale stoelen en begeleiding en dat ook de Arbodiensten alerter zijn. Een tijdje was het een grote hype, toen had iedereen rsi”, zegt hij.

Ook het ‘ufo-effect’ is niet uit te sluiten: als vijf mensen zeggen dat ze een ufo gezien hebben, is er een dikke kans dat tien andere mensen claimen dat ze die ufo ook gezien hebben. „Zo werkt dat misschien met alle media-aandacht ook.”

Feit is in elk geval dat rsi geen belangstelling meer trekt van de media, zegt Corrie Kooijman van de Rsi-vereniging Nederland. Even, in de lente, piekte de interesse weer toen uit onderzoek van de vereniging bleek dat patiënten zich - ondanks de rsi-klachten - best gelukkig voelen. Hetgeen meteen de gedachte weersprak dat rsi ‘tussen de oren’ zou zitten. Maar voor de rest is alle discussie doodgebloed. „De mensheid is er kennelijk gewend aan geraakt. Iedereen heeft er nu van gehoord.”

Uiteraard vindt de patiëntenvereniging het einde van de aandacht onterecht. „Inmiddels is gebleken dat schade niet blijvend hoeft te zijn, maar dat er nog altijd een fikse groep mensen thuis zit en er goed ziek van is”, zegt Kooijman. „Dat mag niet worden veronachtzaamd. En buiten het zicht blijven de onderzoeksresultaten nog steeds komen. TNO raamde de maatschappelijke schade van rsi dit jaar op ruim twee miljard euro.” Dat is vergelijkbaar met de kosten van het jaarlijkse fileleed.

Formeel gesproken bestaat rsi niet eens meer, zegt fysiotherapeut Reint Alberts uit Enschede, die het rsi-forum op internet beheert. „De medici spraken af dat rsi niet werd gezien als een aandoening of een diagnose, maar dat men zich meer op het klachtenbeeld moest gaan richten.” De term rsi werd verruild voor het algemenere ‘klachten aan nek, hoofd en schouders’. Dat leek zuiverder, want dat haalde de klachten een beetje uit de welles-nietessfeer rond rsi (bestaat het nu eigenlijk wel of niet?).

Rsi moest maar uit de emotionele sfeer, waarin aanhangers van de rsi-gedachte tot believers werden gerekend. Maar het heeft achteraf tot nadeel gehad dat het ook uit het politieke vizier is verdwenen. Minister Hoogervorst, aldus Kooijman van de Rsivereniging, vindt dat de strijd tegen alle klachten tot het domein behoort waar werkgevers en werknemers het samen eens moeten worden. „Maar Nederland is het land met het hoogste beeldschermgebruik van Europa. De richtlijn hier is dat men niet langer dan zes uur per dag achter een pc mag bivakkeren (voor een laptap is dat twee uur). Die richtlijn kan de ziekte niet uitbannen. Zelfs de werkers in het bankwezen zijn met hun limiet van vijf uur per dag niet gevrijwaard, blijkt wel uit de praktijk. Er zal meer regie van de overheid moeten komen.”

Ook Alberts vindt het terugtreden van de overheid onterecht. Het AKD-kenniscentrum van de Erasmus-universiteit raakte zelfs de subsidie kwijt voor het onderzoek naar de vraag waarom veel mensen die achter de computer werken, geen klachten krijgen en anderen juist wel veel last ondervinden. Dat het probleem is verdwenen, wijt hij ook aan de economische tegenwind. „De ziektemeldingen in Nederland en Duitsland wegens dit soort klachten zijn dramatisch gekelderd”, zegt hij: „Mensen slikken maar liever wat pijnstillers dan dat ze het risico lopen ontslagen te worden.”

Door: Jelle Boonstra
Bron: Dagblad De Limburger, 08-11-2006